Rozenkruid

Rhodiola rosea

Tweehuizige plant; bloemen in overdaad in een vertakt groepje of tuil aan de top van rechtopstaande vertakkingen van een zeer dikke wortelstok. Kroonblaadjes lintvormig, geel, 3 – 5 mm. lang; kelkblaadjes korter. Mannelijke bloemen (rechts) hebben acht meeldraden en vier steriele stampers. Vrouwelijke bloemen (links) hebben vier of vijf geelrode stampers die rijpen tot 7 – 10 mm. lange doosvruchten, die ‘gepunt’ zijn met een gebogen snavel. Stengel 2 – 6 mm. dik, dicht bedekt met lintvormige of omgekeerd-eironde bladeren. Bladeren doorgaans spits, vaak bij de punt ietsje getand, 2 – 4 cm. lang en 1 – 1,5 cm. breed. Zowel stengel als bladeren glad. Hoogte: 10 – 30 cm. Habitat: Daar het Rozenkruid niet bestand is tegen continue begrazing, wordt het doorgaans aangetroffen op steile kliffen, in bergengten of op meereilanden, die voor schapen onbereikbaar zijn. Wijdverspreid. Lijkt op: Geen. Bloeitijd: Juni. IJslands: Burnirót (....familie). – Het Rozenkruid staat bij schapen hoog aangeschreven en laat zich gemakkelijk uit weiden weggrazen, behalve uit ontoegankelijke rotsrichels. Waar het land beschermd is tegen begrazing of decennialang een matige of discontinue begrazing kent, daar kan het Rozenkruid op vruchtbaar heideveld en hellingen worden aangetroffen. Dit is het geval in het Hornstrandir Natuur Reservaat, in de Thjórsárver aan de zuidrand van de Hofsjökull en in het Esjufjöllgebergte, dat omgeven is door de Vatnajökull.