Klein blaasjeskruid

Utricularia minor

Wortelloze ondergedoken (en drijvende?) waterplant. In IJsland zelden met bloemen. Bloemstengel rechtopstaand met weinig vergroeid-kroonbladige bloemen. Bloemkroon 2-lippig, 7 ľ 10 mm. lang, met een spoor; smalle keel. Bladscheuten vertakt, bladeren fijn gespleten met spitse lijnvormige segmenten. Bladeren dragen ÚÚn of meer kleine (1,5 ľ 2 mm.) vleesetende blaasjes, waarvan de opening met een kleine flap kan worden afgesloten. Door de onderdruk worden kleine dieren in het blaasje gezogen, als ze de uitwendige stijve haartjes beroeren. De diertjes worden aldus gevangen en verteerd. De plant vormt vaak een behoorlijke uitgebreide wirwar in het water. Hoogte: Ondergedoken scheuten doorgaans 10 ľ 20 cm. of langer. Habitat: Veenputten en rustige greppelslootjes, poelen of kleine plassen op schorren. Tamelijk zeldzaam. Lijkt op: Geen. Bloeitijd: Bl÷­rujurt (Blaasjeskruidfamilie).