De Japanse notenboom (5), ook wel bekend als Ginkgo, is de enig overlevende boom van een grote familie uit langvervlogen tijden. Daarom wordt de boom ook wel een "levend fossiel" genoemd. De boom komt nu alleen in China nog van nature voor. Het blad ziet eruit als een waaiertje met parallelle nerven. In het bos aan de rechterkant van het pad (6) wordt de komende jaren een meer natuurlijk beheer gevoerd. Omgevallen bomen zullen niet worden opgeruimd, maar zullen beschikbaar blijven voor insekten en zwammen. In de waterpartij bij de kinderspeeltuin kunt u wel eens de Nijlgans zien zwemmen. Deze vogel is inheems (binnenlands) in Egypte. De Nijlgans werd in Nederland oorspronkelijk door liefhebbers gekweekt. Waarschijnlijk vanwege hun fel beschermende zorg voor hun jongen was het onmogelijk de kuikens te leewieken (kortwieken), waardoor opgegroeide kuikens konden wegvliegen. Nadat u de wateronderdoorvoer (een duiker) met het hekje bent gepasseerd ziet u aan uw linkerhand natuurvriendelijke oevers (7). De grootste grassoort van deze natuurvriendelijke oevers is het Riet. In de bladen bevinden zich drie puntjes, de zogenaamde duivelsbeet. Diverse vogels gebruiken riet om in te schuilen en te broeden. Grote lisdodde is een oeverplant. Iedere plant van deze soort heeft mannelijke en vrouwelijke kolven, ook wel sigaren genoemd. De Gele lis hoort absoluut thuis in een natuurvriendelijke oever. De bloemen worden veel bezocht door zweefvliegen. Ginkgoblad en Gele lis De Pitrus is een tot één meter lange stijve rechtopstaande plant met ronde groene stengels. Ze bloeit met bruine bloemen, die uit de zijkant van de stengels komen. Harig wilgenroosje bloeit in de zomer langs de oevers met roze bloemen. Ze heeft langwerpige groene blaadjes en is een forse plant. Tussen de natuurvriendelijke oevers en het aanpalend bos (8) is een strook opengelegd voor de aanleg van een vlinderaantrekkende ecotoop. Hier zijn diverse waardplanten (voedselplanten voor de rups) aangeplant: de Sleedoorn, de Vuilboom, de Rosa frangula, Bottelroos en de Hondsroos. Brandnetels (wel nodig voor o.a. de rupsen van de Atalanta!) en Reuzenberenklauwen die dit veldje overwoekeren zullen worden verwijderd. De hoop bestaat dat o.a. de Citroenvlinder zal overkomen vanuit de directe omgeving. Fluitenkruid is in de bosschages naast de natuurvriendelijke oevers een in hel voorjaar bloeiend tachtig centimeter hoog kruid met witte bloemen in schermen. Ze groeit vaak samen met het bodembedekkende paarse Hondsdraf en met Smeerwortel. De stekelige Kruldistel bloeit met paarse bloemen. De plant lijkt veel op de nauw verwante distelsoort Akkerdistel. Akkerdistel en Kruldistel groeien in het Vroesenpark door elkaar heen. Harig wilgenroosje kunt u, net als op de natuurvriendelijke oevers, aantreffen in de bosschages. Nog een opmerkelijk plantje is Look-zonder-look (een plant zonder wortelknolletje). Look-zonder-look bloeit in het voorjaar met witte bloemen. Bij kneuzing ruikt de plant naar uien. Het is een vroeger veel gebruikt soms wel één meter hoog tuinkruid. Klein springzaad tenslotte is een zomerbloeier met gele bloemen. Rijpe zaaddoosjes springen bij aanraking gemakkelijk open. De bloemen worden bezocht door zweefvliegen. De oorsprong van de plant ligt in de Himalaya.

Harig wilgenroosje

bij de wilgen

voorpagina | Beginpagina Vroesenpark | Pagina 1 | Pagina 2 | Pagina 3 | Pagina 4